Ze komen

K.T. Bouman, Groningen

Een verhaal van Stichting Oorlogs- en verzetscentrum Groningen*

Ze komen

Mijn vader begint al zenuwachtig te worden. Zal de lang verwachte bevrijding dan toch een feit worden? Vage berichten, als: "ze zijn zwolle al gepasseerd, en ze zitten bij Assen" geven geen uitsluitsel. Betrouwbare berichten zijn schaars. Elke dag, tussen de middag, komt meneer Maris (een goede vriend van mijn ouders) met het laatste nieuws van de “Engelse zender”.

Ze komen

Het is vrijdagmiddag 13 april. We hebben geen school. Miek en ik zitten in de vijfde klas. Gisteren hebben we nog bijles gehad van meneer Oosterhuis. Het loopt tegen de avond. Het wordt stil op straat. Wat staat Groningen te wachten? We hebben gehoord dat in Arnhem vreselijk is gevochten. Zal men de stad zo binnen lopen? Er wordt druk gespeculeerd. Komen ze via de Hereweg? Tussen de Rabenhaupt-kazerne en Helpman ligt bij het Helperdiepje over de weg een zware verdedigingsbunker. Mijn vader, voorzichtig als altijd, vindt dat de nodige voorzorgen moeten worden genomen. Bij luchtalarm ’s nachts moeten we anders altijd naar beneden komen en mogen pas weer in ons bed als het afgelopen is. Dikwijls zijn het dan vliegtuigen die onderweg zijn naar Emden, Bremerhaven of nog verder. Als het dicht genoeg bij is kun je vanuit het slaapkamerraam van mijn ouders zoeklichten en lichtspoor zien. Nu worden matrassen naar beneden gehaald en in de wachtkamer neergelegd (de wachtkamer op de eerste verdieping, die grenst aan de binnenplaats).

De nacht van vrijdag op zaterdag verloopt betrekkelijk rustig. Wel hoor je af en toe schieten en gerommel van kanonnen. In de loop van de zaterdagochtend ga ik met mijn vader naar boven, naar de huiskamer aan de achterkant, kijken of er wat te zien valt. Op een gegeven ogenblik steekt er bij apotheek Tonella een witte vlag naar buiten en komen er een 5-tal Duitse soldaten naar buiten. Ze worden meteen weggeleid via de Oosterweg. Eén van de soldaten wil de brug overhollen naar de Rademarkt. Hij wordt aangeschoten, en blijft midden op de brug kermend liggen. Er komt een rode-kruissoldaat met een grote vlag, om hulp te bieden. Enkele salvo’s en de man wordt gedwongen terug te gaan. De gewonde blijft stervende achter en zal er nog dagen blijven liggen.

Tegen elven wordt er gebeld. Er staat een Duitser voor de deur met een groot etensblik en een pak “surrogaatkoffie”. “Kaffee machen in eine stunde” brult hij. Mijn moeder kwijt zich van haar taak. Aan de overkant van de Radesingel, naast de pastorie van de katholieke kerk, is de lagere school al gedurende de hele oorlog bezet door Duitse soldaten als kazerne. We zien dat men vanaf het schoolplein staat te schieten op iets boven in de toren van de kerk. Mogelijk zit er een observatiepost van de ondergrondse. Tussen de kastanjebomen en in de grasperken staan overal militaire vrachtwagens.

Dan ineens grote bedrijvigheid. De wagens maken zich klaar om te vertrekken, terwijl men vanuit de school de grote hoeveelheden kisten munitie naar buiten sleept, op het schoolplein opstapelt, en probeert ze in brand te steken. Mijn vader beveelt ons allemaal achter het huis in de tuin tegen het huis te gaan liggen, met een kussen op ons hoofd. We wachten angstig af wat er gaat gebeuren. De grote klap komt niet. Wel staat er vlak bij ons en de buurman, tussen de bomen op de singel, een grote truck en trailer volbeladen, in brand. Er rolt van de wagen een brandend vat af, richting trottoir. Mijn vader en buurman Kees Vaandrager gaan bij de Vaandragers boven op de tweede verdieping proberen het vat met emmers water te blussen. Dit lukt hen.

Aan de achterkant van uit de huiskamer kunnen we aan de overkant van het water op de veemarkt tussen de bomen een paar militairen gebukt zien rond sluipen. Tegen de avond komen er een zestal Duitse soldaten bij ons naar binnen als bezetting, terwijl ze zich in de huiskamer achter nestelen. De avond valt. In de keuken van de familie Danhof, onze huisbwaarder, zitten we bij elkaar. Mijn ouders, vijf kinderen, familie Danhof en de Vaandragers met twee kinderen.

De volgende ochtend rond zes uur wordt er aan de voordeur gerammeld. Mijn vader doet open. Er staat een militair. Het blijkt een Canadese kapitein te zijn. Mijn vader laat hem binnen en wil hem wat te drinken aanbieden. Voor dat ze naar achteren door de lange gang gaan, geeft hij met z’n wapen een riedel, en raakt onze antieke barometer. Het kwik loopt eruit. Vervolgens wordt de Jacob Maris aan het einde van de gang doorzeeft met een zes-tal kogels. Achteraf blijkt dat de Duitsers, die in de huiskamer zaten, er niet meer zijn. Ik weet ook niet waar ze gebleven zijn. Opmerkelijk is, dat ze de drank in de hoekkast ongemoeid hebben gelaten. Als mijn vader vindt, dat de kapitein genoeg gedronken heeft, wenkt hij hem voorzichtig de deur weer uit en doet de deur dicht. De man pikt het kennelijk niet en ramt met z’n wapen op de deur.

Hoe een betrekkelijk kleine groep Canadezen in de loop van de nacht de overkant heeft bereikt is men niet duidelijk, want het “Kleine Brugje” is opengedraaid en de Oosterbrug ligt voortdurend onder vuur van een vierlinggeschut, die op de Rademarkt is opgesteld. Doordat aan de achterkant van de huizen bij de tuinen de hekken zijn doorgeknipt kunnen de Canadezen zich naar het einde van de singel verplaatsen. Ineens is mijn vader weg. Achteraf blijkt dat men hem gevraagd heeft hen te begeleiden. Vlak bij Boeke & Huidekoper zakt de man, die voor hem loopt inelkaar. Pa denkt, nu is het mooi geweest en duikt in een aardappelkist in de kelder van B&H en wacht daar tot de kust veilig is. Inmiddels zie ik bij ons achter het huis, onder de serre, een Canadees liggen, wiens been van onder tot boven open ligt. Hij wordt verbonden. Op het grasveld doolt een canadees met de handen voorruit. Hij is door z’n ogen geschoten.

Rond twaalf uur begint men voorzichtig op straat te bewegen, en vraagt mijn moeder aan ieder of ze mijn vader ook gezien hebben. Ze wordt ongerust. Tegen enen komt hij aangewandeld. Toch is het nog helemaal niet veilig. Aan het begin van de singel bij het monument, een “Geschenk van een oud Groninger” staat een Shermantank te schieten. We zien dat hij het einde van de singel onder vuur neemt. Daar staat een Duits vierling geschut. We zien het huis van de familie Goldhoorn in brand vliegen. Bovendien kunnen we zien dat het Grunoblok in brand staat (de Gruno-tabaksfabriek met aan de zuid- en westkant huizen en de bakkerij PAMA). En je kunt zien dat de Trompstraat in brand staat, aan de kant van Roelfsema en de familie Steegstra. Brandweer zie je niet, en het is dus hopen, dat het bij een gang tussen de huizen niet overslaat.

Nu we de schade aan de singels kunnen overzien blijkt het toch wel een groot slagveld te zijn. Overal liggen dode Duitsers. Opmerkelijk is dat je nergen dode Canadezen ziet. Het is rond drie uur. Het schieten is vrijwel afgelopen. Vanuit de pastorie klinkt muziek. Mensen beginnen op straat te dansen. Mijn moeder, altijd een beetje nieuwsgierig, wil met Kees V. Een kijkje gaan nemen in stad. Ik mag mee. De straten zijn bezaaid met glas en trolleylijnen. In de Raamstraat wordt een Duits pakhuis geplunderd. Er klinkt geweervuur. Het wordt te riskant en we gaan gauw weer naar huis. De slag om de Radesingel is gestreden.

* Dit verhaal is onderdeel van: Bevrijd! Kleine grote herinneringen aan de bevrijding Een project van Oorlogs- en verzetcentrum Groningen.