De vluchtkoffer en de spookstad: de bevrijding van Appingedam

Het verhaal van Heino van der Weg (1919)

Opgeschreven door De Verhalen van Groningen

De vluchtkoffer en de spookstad: de bevrijding van Appingedam
De Harmoniestraat in Appingedam na de bevrijding in 1945. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl

“We wisten al een tijd dat de bevrijding eraan zat te komen, dus daarom hadden we uit voorzorg alvast een vluchtkoffer bij de voordeur neergezet.” Heino van der Weg (95) woonde met zijn vrouw en dochtertje van anderhalf aan de Netweg, aan de rand van Appingedam toen de Canadezen kwamen. “Welke dag het precies was, dat weet ik niet meer: het is zeventig jaar geleden. Maar wat er gebeurde, vergeet ik nooit.”

“Mijn ouders woonden in het centrum van Appingedam en we hadden met hen afgesproken dat ze bij ons in de kelder zouden komen schuilen, want zij hadden er geen. Maar voordat ze konden komen, begon het al. De kelder bewoog.” De Canadezen vuurden geschut af vanaf Tjamsweer en de Duitsers vanuit Delfzijl. Op 23 april 1945 veroverden de Canadezen het noordelijke deel van Appingedam. Daar hoorde ook het huis van Van der Weg bij. “We zaten nog in de kelder, toen we ineens lawaai hoorden: de Canadezen! Ze renden langs ons huis en achter in onze tuin hoorden we een kreet. Ze hadden een Duitser gedood en die over de heg gegooid. Daarna kwamen ze binnen. We hoorden ze kasten en laden opentrekken, op zoek naar zilver. Toen ze de kelderdeur openden, schenen ze ons met een zaklamp in het gezicht.”

Vluchtkoffer

Van der Weg ging met zijn gezin naar het centrum om zijn ouders op te halen, maar daar aangekomen merkte hij, dat hij de vluchtkoffer had laten staan. “Mijn vader en ik zijn tussen de 'buien' door teruggegaan naar de Netweg en daar zagen we dat er een inslag was geweest. De voordeur en het kelderraampje van ons huis waren weggeblazen. We hebben geluk gehad dat we er niet waren. Maar de koffer stond er nog.”

Lange tocht

Toen Van der Weg weer bij zijn gezin aankwam, werd er in Appingedam omgeroepen dat de bewoners de stad moesten verlaten. Alle 7000 bewoners worden geëvacueerd. “Ik had een fiets met daarop de koffer en mijn vrouw, zwanger van de tweede, duwde de kinderwagen met onze dochter. We besloten via Garrelsweer naar Garsthuizen te gaan, waar we familie hadden. Bij Tjamsweer moesten we langs landmijnen en lag er een dode Duitser in de berm.”

Het gezin Van der Weg kreeg onderdak bij een boer in Garrelsweer. “Daar sliepen heel veel Damsters in de schuur, in het stro.” De volgende dag gingen ze verder naar Garsthuizen. “Mijn ouders en mijn broer gingen naar Leermens, maar daar was het ook niet veilig vanwege beschietingen. Uiteindelijk zijn zij ook bij ons in Garsthuizen gekomen.”

Spookstad

Pas op 2 mei, toen het geschut in Delfzijl zweeg en de Duitsers zich hadden overgegeven, was ook Appingedam bevrijd. Van der Weg was een van de eersten die weer terug was in zijn stad, die zwaar geleden had onder de beschietingen. Hij trof een spookstad aan. “Gordijnen wapperden in de wind. Ik had het lef niet om mijn eigen huis binnen te gaan en heb mijn vader gehaald. Binnen troffen we kippen in de voorkamer aan en een fles zuur geworden melk. In het huis aan de overkant zat een jongetje dood in de kelder.”

Vrij

“Na de bevrijding hebben we geen Canadees meer gezien. We waren vrij, zij gingen weer verder. Maar we hadden genoeg te doen.” Van der Weg en zijn gezin hebben de gebeurtenissen in de oorlog en bevrijding naast zich neer kunnen leggen. “Natuurlijk blijven die dingen in je herinnering. Maar ik kan niet zeggen dat de oorlog me getekend heeft. 'Doe wel en zie niet om,' zo heb ik altijd geleefd.”