De Oranje-bekers

Ton Andringa, Gasselte

Een verhaal van Stichting Oorlogs- en verzetscentrum Groningen*

De Oranje-bekers

Kruidenier Boerema op de hoek Rabenhauptstraat/Hereweg brengt schotten aan voor zijn etalageruiten. Toch is het nog géén sluitingstijd. Er scharrelt wat meer volk op straat dan normaal op deze namiddag. Is er iets loos?

 

Ik kom de Barestraat in en zie mijn moeder ‘in de deur’ aan de praat met buurvrouw. Ze doen schichtig. Mijn beide broers waren ‘ergens’ ondergedoken; maar ze zijn nu thuis vanwege de verjaardag van moeder aanstaande zondag, 15 april. Een gespreksflard: “….en ze zeggen dat de Tommy’s al op Eelde zijn.” Wat? Mijn wereldje - van nog maar net negen jaar oud - beeft. Is de oorlog nu gauw afgelopen? Verdwijnen nu zomaar de marcherende soldaten, die dagelijks zingen dat ze fahren gegen Engeland ? Is het gebeurd met sofort, raus en Mensch? Krijgen we nu bananen en chocola? Er is gerommel van donder te horen. “Geschut”, zegt mijn vader, “ dat is ’t dan, jongens. Trek zoveel mogelijk kleren over elkaar aan en we slapen vannacht beneden, op de grond.”

De volgende morgen: iedereen blijft thuis en in elke deuropening van de straat wordt een Duitser geposteerd. Bij ons zijn er twee; duidelijke 65-plussers. Ze halen stoelen uit de voorkamer; we zien ze de smalle gang opvullen: hun gevechtsuitrusting laat niet toe dat ze naast elkaar zitten. Een van hen vertelt dat hij al 35 jaar in Nederland woont, maar zich nooit heeft laten naturaliseren. Tot onze verbijstering geeft mijn moeder hen koffie, surrogaatkoffie…en dan zien we, dat ze die aanreikt in de oranje herdenkingsbekers van koningin Wilhelmina. Ze had die vijf jaar lang verstopt, immers pronken met Oranje was steeds een misdrijf geweest. Ze heeft nu de moed en ziet gnuivend toe, hoe een Duitse soldaat dankbaar en bevend ons vaderlands symbool aan de lippen zet. Ik weet niet wat ik zie.

Dan jankt er iets door de lucht, gevolgd door gedreun. “Granaten. Direct de kelder in”, schreeuwt mijn oudste broer. We duiken weg onder de gangtrap. De grond trilt, de inslagen komen dichterbij. “Wat zijn dat: granaten?”, wil ik weten. “Dikke kogels die ontploffen”, gilt mijn broer, die steeds diep bukt bij het gefluit ervan. Mijn zusje en ik liggen op een gestikte deken op een restantje aardappelen en we gniffelen gespannen. Mijn ouders en broers zitten nu zwijgend te staarogen; alleen mijn moeder roept bij elke inslag godbewaarme, haar gebruikelijke paniekkreet. Van buiten dringt af en toe wielgeratel tot ons door. Een van ons loert voorzichtig om de kelderdeur: de Duitsers in de gang zijn verdwenen. Het geratel komt van de handkar van overbuurman, Ekkelboom, de bloemist. Over de rand van de kar hangen armen en benen in uniformstukken, waar bloed uitdruipt. Laat in de middag valt er ineens een stilte die aanduurt. We kruipen de kelder uit, als we buren op straat horen: aarzelend gekwek.

Rondom de wijk zien we de boel in brand staan. Plotseling wijkt iedereen uiteen: er raast een voertuig op rupsbanden door de straat, richting Hereweg. Er steekt een man bovenuit. Hij heeft een baret op zijn hoofd met een bolletje er boven op. Is dit onze bevrijder? Ik sta verstomd. De bezetter droeg een enorme overjas bijeengehouden door een koppel waarin handgranaten gestoken waren, op zijn kop had hij de Stahlhelm met het angstaanjagend hakenkruis, op zijn kont hing een gasmaskertrommel, plus een bajonet als een mini-zwaard, in zijn handen een grendelgeweer of Panzerfaust. En die Neanderthaler op ijzerbeslagen soldatenlaarzen had het moeten afleggen tegen schertsfiguren verkleed als clown met een rossig snorretje op de bovenlip?

Kort daarop zien we de wel heel erg ‘on-Duitse’ militairen in ganzenpas over de Hereweg richting Sterrebos trekken: groenige blousons en pofbroeken, platte helmen, stenguns. Ze zwaaien naar ons. Voor in de straat juicht iemand: ” ’t Benn’n Canadezen.” Nu ik dit opschrijf, heb ik het weer: dikke keel en natte ogen.

De volgende dag en daarna ieder jaar weer op 15 april vertelde mijn moeder op haar verjaardag over haar ‘aandeel’ in de bevrijding… Een beeld dat toen mijn wereldje op de kop zette: Duitse soldaten met angst in de ogen, gedwee drinkend uit oranje herdenkingsbekers.

Foto van het gezin Andringa uit 1944, kort voordat de twee oudste zonen zouden onderduiken. Ton staat geheel rechts. - Foto: fam Andringa
Foto van het gezin Andringa uit 1944, kort voordat de twee oudste zonen zouden onderduiken. Ton staat geheel rechts. - Foto: fam Andringa

* Dit verhaal is onderdeel van: Bevrijd! Kleine grote herinneringen aan de bevrijding Een project van Oorlogs- en verzetcentrum Groningen.